Herzl tour 2010

 Herzl tour 2010

 
Met Herzl op reis
 
De reis begint met een nachtbus, 3 uur slaap, een veel te zware koffer en onduidelijke verwachtingen. Heerlijk, die oppeppende stoot adrenaline die af en toe door je lichaam raast, je wakker houdt en waakt, dat je je slapende zelf niet vergeet op het stationsbankje. 
 
Parijs.
Gebroken stap ik uit en rek mezelf even op. Ik ruik de stad, de regen tikt op mijn keppel en ik waan me in een andere wereld. In Frans dat gebroken wordt door Ivriet vindt ik de weg naar sjoel en val van de ene verbazing in de andere. De cadans van het leven in deze stad lijkt anders dan waar ik vandaan kom. De jonge mensen lijken zichzelf meer te cultiveren en zo meer te leven.
 
Dag 1
We ontmoeten elkaar in het Marriott. Uit alle hoeken van de wereld zijn studenten gekomen om deel te nemen aan deze reis. De weg die Herzl ooit bewandelde wordt nu opnieuw bewandeld en zijn vragen worden nog een keer gesteld. Het thema van de dag is of een joodse staat HET antwoord
is op antisemitisme. Via de discussies leren we elkaar kennen en al snel blijkt dat we elkaar goed liggen. Ofschoon we elkaar in de bus de tent uit vechten, staan we vijf minuten later, alsof er niets gebeurt is, lachend op de foto.
 
Na het Shoa Museum gaan we lunchen in de Rue de Rosiers. Shoarma bij de Marokkaanse Israëli is een grote favoriet. Met een shoarma in de hand, druipend van het vet, lopen we rond omdat er geen tafeltjes zijn en we te veel willen zien in te weinig tijd. Als we die avond aankomen bij het operahuis
wapperen er twee vlaggen. Een franse en een Israëlische. Even voelen we ons persoonlijk te gast in Parijs na alle discussie over Israel en antisemitisme.
 
Onze groep is uitgenodigd voor een gala avond omdat Shimon Peres op staatsbezoek is.. De avond wordt geopend door onze President en de Franse minister van culturele zaken. Na het Franse en het Israëlische volkslied begint het programma. Er is klassieke muziek, modern ballet en Noa die samen
met haar Palestijnse collega een nummer zingt over vrede.
 
Dag 2.
Vroeg, veel te vroeg moeten we opstaan omdat de trein niet wacht. Half slapend stappen we de bus in. Terwijl parijs wakker wordt en de ochtendzon de stad pastelroze kleurt rijden we naar het station voor de trein naar Basel. Even chaos en paniek, maar uiteindelijk zitten we dan toch allemaal
in de trein. Het thema van vandaag is het Palestina- Uganda debat. Wij slapen nog even lekker door en genieten nog na van gister. 
 
Basel.
Het station is grauw en rauw net als de lucht. Uit de stationspeakers klinkt het harde Duits dat mensen moet attenderen op het niet onbewaakt achterlaten van hun spullen. Vreemd, op de Nederlandse stations klinkt die boodschap toch anders.
 
De bus brengt ons naar de het Stadt Casino waar Herzl voor het eerst in 1897 het internationale zionistische congres bijeen riep. In de originele staat onderhouden zaal luisteren we naar de voorzitster van de WIZO die ons verteld over het debat over Uganda en Palest8ina, Ze sluit af met de
Herzl variant van ‘waar een wil is, is een weg’ en prompt arriveert de Israëlische ambassadeur die ons wat vertelt over de politieke verhouding Israel- Zwitserland.
 
Terug op het station nemen we de nachttrein naar Wenen. We praten nog na en enkele worden wat reisziek. Sommige gaan slapen, de meeste lopen de hele nacht met wankele benen door de trein lopen, want dat is wat de trein met je benen doet.
 
Wenen.
Het bezoek is kort want shabbat begint over 12 uur en Boedapest niet naast de deur. We worden ontvangen door de Israelische ambassadeur de hoofdsjoel waar ontbijt wordt geserveerd. Hij vertelt over het aankomende Tel-Aviv stadsstrand project en de rol van Wenen in de joodse wereld
voor de tweede Wereld Oorlog. We krijgen een rondleiding door joods Wenen, maar de meeste hebben een ander doel. Wienerschnitzel! Meer dan een pond gefrituurde schnitzel per keer.
 
De tijd is kort en de ervaringen veel, we moeten alweer de bus in willen we voor shabbat in Boedapest aankomen. Te lang, te warm en te krap is de reis. Nog even hebben we het over het thema van de dag, het verschil tussen de diaspora het Israel gevoel, maar eigenlijk waren we het met elkaar eens. Ondanks het gemak waarmee we vandaag de dag als joden in de Diaspora wonen, is en blijft Israel het thuis voor iedere jood.
 
Net voor shabbat komen we aan. Snel kleden we ons om in het hostel en gaan naar sjoel. Een uur later zijn we verdwaald in een Oost-Europeese stad en hebben we geen idee waar we zijn. Na vragen met handen en voeten komen we vol goed gemoed aan. Al met al hebben we Boedapest ander
half uur op ons dooie gemak kunnen bekijken terwijl we bezig waren met verdwalen. Shabbat, heerlijk, rust even alles loslaten en de ervaringen op je laten inwerken. Voor ik het wist werd mijn rust verstoord door de Israëlische ambassadrice. Het begin van de avond was bla bla en half slapend
staarde ik dromerig in de ogen van het meisje tegenover me. Later die avond waren er discussies georganiseerd over joodse identiteit en de situatie in het Midden-Oosten. Vol goede inzet stortte ik mij op het debat maar na een half uur.…. bla bla zzzzzzzzz….
 
Shabbat ochtend naar de Dohany synagoge. Wauw, wat een sjoel. Groot, machtig, rijk alles lijkt te kloppen. Binnen voel ik me als joodse jongen de koning te rijk. Hier mag en kan ik zijn. Jammer dat na de dienst, bij het nagenieten van het schouwspel, ik door de portier de deur werd gewezen met
de woorden:”het museum is gesloten”. Bedonderd, belazerd woest en bedrogen stammelde ik de sjoel uit en de tranen sprongen me in de ogen. Een trauma later zat ik op een bankje en keek wat om me heen. Ik wilde weg. Weg, naar een plek waar ik wel mocht zijn. Morgen, gelukkig gingen we
morgen naar Israel.
 
Na de lunch lopen we rond en al snel komen we erachter dat er nog maar weinig joods leven over is in Boedapest. Terug in het hostel horen we dat we langer in Boedapest moeten blijven omdat de vulkaan in IJsland te keer gaat. In het nauw gedreven bedenken we wat we kunnen doen. Naar Athene rijden en daar het vliegtuig pakken? Dat mag niet van Israel omdat we als groep een te groot potentieel doelwit zijn. Uiteindelijk besluiten we maar om een eigen Jom Hazikaron ceremonie voor te bereiden en ons klaar te maken voor Yom Hátzmaoet in Boedapest. Jom hazikaron memoreerde we in het JCC van Boedapest. We zagen een film van Channa Sennesh en hielden een tekes vergelijkbaar met wat in Israel gebeurt. Neergeslagen en verdrietig vulden we de dag en al was het niet in Israel, met elkaar voelde het zoals het hoorde te voelen.
 
Die avond was er voor Jom Ha’atsmaoet iets speciaals gepland. De leiding had geregeld dat we een rondvaart konden maken op de Donau. Bij het ondergaan van de zon en opkomen van Jom Haátsmaoet sloeg het verdriet om in vreugde. Magisch was het om te zien hoe een verslagen groep
opeens euforisch kan zijn. De kapitein waarschuwde ons nog, dat als we veilig wilde aankomen we iets minder hard moesten springen. Niets kon de pret meer drukken en toen we hoorden dat we de volgende ochtend door ELAL werden opgehaald leefden we even in een droom.
 
Ruim 150 man stonden de volgende ochtend op het vliegveld in Boedapst. Nog nooit waren er zoveel joden tegelijk aanwezig geweest! Onze eigen rij, ons eigen toestel, onze mensen, wat heerlijk! De vlucht… een grote discussie. Het gangpad was pertinent geblokkeerd en om de zoveel tijd werd
Am Yisrael chai spontaan gezongen. Toen we gingen landen hield ik het even niet meer. De tranen rolde over m’n wangen, ik ging naar huis.
In Israel gingen we naar het Herzl museum en daar kwam alles samen. De plekken, de artikelen, de sprekers en de discussies werden een geheel.
De volgende dag moest ik ’s avonds al weer terug naar Nederland. Dus na de kottel en twee vrienden zat ik in de taxi naar het vliegveld.
Gevuld, opgeladen en overweldigd door alles, stapte ik in het vliegtuig terug naar Nederland.
 
Lester van Ravenswade